| VERWERING |
|
Teksten zijn eigendom van de schrijver en de uitgever © Tanums Hällristningsmuseum Underslös
Alle afbeeldingen zijn beschermd door copyright © Tanums Hällristningsmuseum Underslös. Ze kunnen uitsluitend gebruikt worden na toestemming van de webbeheerder onder vermelding van © Tanums Hällristningsmuseum Underslös. Inlichtingen info
|
| De rotsen worden de laatste jaren erg aangetast, zelfs verwoest door zure regen en andere invloeden van onze “geciviliseerde” westerse maatschappij. Meer dan 3000 jaren lagen deze tekeningen ongeschonden in de open lucht. Nu gaan ze opeens snel in kwaliteit achteruit. Specialisten proberen er een aantal te redden. Hoe dat moet weten we meestal niet. Waarschijnlijk is de beste manier om ze te bedekken met een dikke laag aarde. Ze zijn dan weliswaar niet meer te zien, maar ze blijven tenminste bestaan, zodat ze over 100 jaar als er geen auto's |
![]() |
meer rijden weer opgegraven kunnen worden. Welke manier van
conserveren ook doeltreffend is, het is ondoenlijk alle rotsen te
behandelen. Alleen in Bohuslän zijn er meer dan 4000! Men vindt ze op
veel plaatsen in Zweden, Noorwegen, Finland en Rusland, maar ook elders
in de wereld. Afb. 1. Op de rots van Bro, T 192, is goed te
zien hoe het verzuurde water de rots aangetast heeft. De donkere plekken
zijn de oorspronkelijke gladde rots. Overal heeft het zuur de rots
vernietigd, behalve daar waar het water een “gootje” gevonden heeft,
namelijk in de gravure van de man met de bijl. |
|
|
Afb. 2. Op T 248, Kalleby, is zelfs een groot stuk van het rotsoppervlak afgebroken. De figuren die daar stonden zijn voor altijd verloren. |
| DOCUMENTATIE |
|
De reproductie en publicatie van de rotsgravures
heeft, in de geschiedenis van het onderzoek, als belangrijkste doel
gehad het omvangrijke en geografisch verspreid liggend materiaal
toegankelijk te maken voor verschillende soorten van studie. Een
gereproduceerd motief kon altijd ter plekke bestudeerd worden, als
zorgvuldigere bestudering noodzakelijk was of als de juistheid van de
reproductie om nader onderzoek vroeg. Het is bekend dat het erg moeilijk
is een gravure honderd procent juist weer te geven en men is het over
eens, dat veel studies gedaan zijn op grond van incorrecte afbeeldingen. Vandaag de dag zijn we in de ernstige situatie, dat de rotsgravures gedocumenteerd moeten worden, om ze als reproductie te kunnen bewaren. Zowel de toekomstige onderzoekers, als het groeiende aantal geïnteresseerden in prehistorie, zullen zich moeten gaan baseren op het gereproduceerde documentatiemateriaal. Het is een droevig feit, dat de toestand van de rotsplateau’s buitengewoon kritiek is en een groot gedeelte van de rotsgravurelocaties, die nu gedocumenteerd worden, simpelweg bezig zijn te verdwijnen. Een drieduizend jaar oude traditie in afbeelden nadert zijn einde. Tanums Hällristningsmuseum Underslös is sinds 1997 een centrale deelnemer van diverse EU-projecten, die onder andere als doelstelling hebben, de door verwering bedreigde rotsgravures van de Europese landen te documenteren. Het museum heeft een traditionele, jarenlange ervaring met documenteren en ontwikkelt ook nu nog voortdurend documentatiemethoden voor de verschillende fases van onderzoek en test de geschiktheid ervan voor de uiteenlopende graden van verwering. De frottagemethode is nog steeds primair, omdat geen andere, praktisch uit te voeren methode, de oppervlakte van de rotsplateau’s, inclusief de gravures, exacter weergeeft. Het documenteren richt zich op het volledige oppervlak, dat wil zeggen: de figuren, de verschillende soorten en graden van verwering en de verspreiding daarvan, de scheuren in de rots en mos – en korstmosvegetatie. De complexiteit van de gegeven situatie leidt tot een gedifferentieerde methode, die in een zo groot mogelijke context, de gravures kan weergeven in zijn oorspronkelijke vorm. |
|
|
Afb. 3. Vaak moet een rots eerst uitgegraven worden. Daarna gaat de bezem er over.
|
| want een kras op de steen betekent beschadiging van een werelderfgoed. Daarom lopen we ook alleen met heel zachte zolen of op blote voeten op de rots. Het optillen van een aangrenzend stuk mos is vaak een bijzondere verrassing. Al vaak zijn er op die manier nieuwe figuren gevonden. |
|
|
Dan wordt de rots bekeken, vanuit verschillende
standpunten en zo mogelijk onder verschillende belichting. Sommige
figuren zijn alleen met een laagstaande ochtendzon te zien, andere
alleen ‘s avonds. Soms zie je alleen iets als ze nat zijn, soms ook zijn
ze zo onduidelijk dat er alleen in het donker met een zaklantaren iets
zichtbaar wordt. Ook aftasten met de vingertoppen kan een manier zijn,
maar dat vereist veel oefening. Toch is dit de geijkte methode bij een
sterk verweerde rots.
|
![]() |
Afb. 5. Bij iedere rots is het noodzakelijk deze ’s nachts met een zaklantaarn te belichten. In het strijklicht worden alle figuren zichtbaar. |
|
|
Hierna wordt de rots met genummerde vellen papier belegd van 70 x 100 cm, die stuk voor stuk met carbonpapier afgewreven worden, het z.g. frotteren. Wat niet zichtbaar was zie je nu opeens op het papier verschijnen. Een reuze spannend werk, vol verrassingen. Het moet heel precies gebeuren, maar er zijn altijd specialisten bij die vertellen en voordoen hoe het moet. Een ander maakt tijdens het frotteren een schets van de vellen en de figuren die tevoorschijn komen op een geruit papier, een eerste documentatie dus.
Afb. 6. De hele rots wordt gefrotteerd. |
|
|
De
genummerde vellen worden opgerold en gaan uiteindelijk naar het museum.
Maar eerst hebben we ze nog nodig omdat alle figuren nog ingekleurd
moeten worden met een krijtpapje. Een zeer precies werk met fijne
penselen en je mag er niets bij verzinnen of overslaan. De frottages en
het gevoel met de vingertoppen zijn nu onmisbaar.
|
|
En maar
hopen dat het niet gaat regenen, want dan is het krijt weggespoeld en
kun je opnieuw beginnen als de rots weer droog is. We hebben vaak
huilend in een onweersbui staan kijken hoe het werk van 6 mensen in een
kwartier verdween. De wit ingeschilderde rots wordt dan veld voor veld
gefotografeerd. Dit laatste doet Gerhard Milstreu met een naaste
medewerker zelf. Hij rijdt trouwens met zijn terreinwagen telkens als
een razende Roeland van rots naar rots om te kijken of alles goed gaat.
|
|
|
|
De
laatste ochtend bezoeken we met elkaar alle rotsen waar de groepen op
gewerkt hebben. Dat zijn dan hooguit 5 tot 7 locaties (van de 4000 in
Bohuslän) die we met 25 mensen hebben kunnen bewerken in die week. |
|
De frottages en de foto's worden dan in het museum met de computer bewerkt en meestal pas na enkele jaren in een documentatie- en registratieboekwerk gepubliceerd. |
|
Met kalk ingeschilderde tekening. |
Dezelfde tekening bewerkt in de computer. |
|
De week is natuurlijk niet alleen zwoegen, poetsen en frotteren. Omdat bijna iedereen in of bij het museum overnacht (in gemeenschappelijke slaapruimtes of in een eigen tent) en het dus eigenlijk een leuk kamp is, wordt er ook veel plezier gemaakt. Er is een bonte avond en de schitterende omgeving kan bekeken worden (ongerepte natuur, Bohusläns scherenkust, enz.). Dagelijks is er wel een interessante lezing door een deelnemer of een gastspreker. De nachtexcursies onder leiding van Gerhard Milstreu zijn fantastisch. Vooral als je dan midden in de nacht bij het licht van een flinke zaklantaren als Nederlandse leek opeens een nieuwe tekening ontdekt die nog |
|
|
nooit gezien was in de laatste eeuwen. Mijn ontdekte mannetje uit de
Bronstijd (± 3000 jaar geleden) hebben wij dus “Jurri” gedoopt en is nu
officieel gedocumenteerd. Ik was echter niet de enige die een nieuwe
tekening ontdekt heeft. Het gebeurt ieder jaar weer en kan ook u
overkomen als u deze zomer mee wilt helpen met dit nuttige en erg leuke
werk. De demonstratie van nachtfotografie was onvergetelijk. Ik heb na
die eerste week al veel mooie foto's gemaakt.
Dit
mannetje heet nu "Jurri". |
|
Voor
inlichtingen over de jaarlijkse werkweek kunt u
contact zoeken. |